ECLI:NL:RBDHA:2025:6864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inreisverbod
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op zijn beroep tegen het inreisverbod wordt beslist. Het bestreden besluit betreft de afwijzing van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod door de minister van Asiel en Migratie.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het beroep waarop het verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft inmiddels is afgedaan in een aparte uitspraak. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond hiervan is het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het inreisverbod is afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is afgedaan.