De veroordeelde is bij vonnis van 2 maart 2023 veroordeeld tot een PIJ-maatregel, onherroepelijk geworden op 20 april 2023. De officier van justitie verzocht op 7 maart 2025 om verlenging van deze maatregel met 18 maanden. De rechtbank heeft het uitgebreide advies van gedragswetenschapper M. Mulder en pedagogisch directeur S. Beumer bestudeerd, waarin een positieve gedragsontwikkeling en het belang van voortzetting van de behandeling worden benadrukt.
Ter zitting verklaarden de veroordeelde, zijn raadsman, de vader en stiefmoeder dat de ontwikkeling positief is, maar dat verdere begeleiding noodzakelijk blijft. De raadsman stelde voor de verlenging korter te maken, gezien de afgeronde therapieën en positieve gedragsverandering, maar de rechtbank vond een zorgvuldige voortzetting van het verloftraject belangrijk.
Ondanks het ontbreken van de wettelijk vereiste aantekeningen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid, oordeelde de rechtbank dat het uitgebreide advies en de instemming van partijen voldoende waren om de vordering te behandelen. De rechtbank verlengde de PIJ-maatregel met 18 maanden, met een voorwaardelijke einddatum op 10 oktober 2026 en onvoorwaardelijke einddatum op 10 oktober 2027, om de veroordeelde optimaal voor te bereiden op terugkeer in de maatschappij.