ECLI:NL:RBDHA:2025:6966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig besluit UWV herbeoordeling WIA
Verzoekster heeft op 5 juli 2023 een herbeoordelingsverzoek ingediend bij het UWV in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde verzoekster het UWV op 1 september 2023 in gebreke en startte zij een beroepsprocedure tegen het niet tijdig beslissen.
Het UWV nam uiteindelijk op 14 maart 2025 een besluit op het herbeoordelingsverzoek. Hierop trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten. Het UWV had geen bezwaar tegen een proceskostenveroordeling, mits conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank oordeelde dat de proceskostenveroordeling terecht is op grond van artikel 8:75a Awb, omdat het beroep werd ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan. De kosten werden vastgesteld op € 453,50 voor de beroepsmatige rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 371,- door het UWV vergoed moet worden, maar dat verzoekster dit rechtstreeks moet vorderen.
De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter D.R. van der Meer op 17 april 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 wegens niet tijdig beslissen op het herbeoordelingsverzoek.