ECLI:NL:RBDHA:2025:6967
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tijdige beslissing UWV herbeoordeling WIA
Verzoekster heeft op 27 december 2023 een herbeoordelingsverzoek ingediend bij het UWV in het kader van de WIA. Nadat het UWV niet tijdig op dit verzoek had beslist, stelde verzoekster het UWV op 15 augustus 2024 in gebreke en startte zij een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Op 24 maart 2025 nam het UWV alsnog een beslissing op het herbeoordelingsverzoek, waarna verzoekster haar beroep introk en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het UWV. De rechtbank verwees de zaak naar de enkelvoudige kamer voor een beslissing op het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het beroep was ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan het verzoek was tegemoetgekomen, waardoor op grond van artikel 8:75a Awb een proceskostenveroordeling kan worden opgelegd. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten van € 453,50. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 371,- door het UWV moet worden vergoed, maar dat verzoekster dit rechtstreeks moet vorderen.
De uitspraak werd gedaan door rechter D.R. van der Meer op 28 april 2025 en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster van € 453,50 na intrekking van het beroep wegens tijdige beslissing op het herbeoordelingsverzoek.