ECLI:NL:RBDHA:2025:6972
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering. Verweerder had bepaald dat verzoeker geen WIA-uitkering kan krijgen omdat hij meer dan 65% van zijn eerdere loon kan verdienen. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in na afwijzing van het bezwaar.
De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Verzoeker stelde dat zijn WW-uitkering zou eindigen en hij geen ander inkomen had, waardoor hij in financiële problemen zou komen. Hij had geen bijstandsuitkering omdat die was afgewezen vanwege een lening van DUO.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker geen concrete stukken had overgelegd die acute financiële nood aantonen. Omdat er geen onomkeerbare situatie of acute nood was, ontbrak het spoedeisend belang. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.