ECLI:NL:RBDHA:2025:6981

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
25/1626
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek om proceskostenveroordeling na tegemoetkoming minister in schuldvergoeding

Verzoeker had een voorlopige voorziening ingesteld tegen een besluit van de minister van Financiën van 29 oktober 2024, waarin hij verzocht om overname van private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Na herbeoordeling heeft de minister op 7 maart 2025 laten weten het beroep van verzoeker geheel tegemoet te komen en de schuld van verzoeker bij Kommunalbetriebe Emmerich am Rhein alsnog te vergoeden.

Naar aanleiding van de intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om de minister te veroordelen in de proceskosten. De minister heeft ingestemd met dit verzoek. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen.

De proceskosten zijn vastgesteld op € 907,-, gebaseerd op de door de gemachtigde van verzoeker verrichte proceshandeling (indienen verzoekschrift). Daarnaast is gewezen op de mogelijkheid voor verzoeker om het betaalde griffierecht van € 53,- rechtstreeks bij de minister te claimen.

De uitspraak is gedaan op 22 april 2025 door voorzieningenrechter J.J.P. Bosman en griffier E. van den Nieuwendijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de minister van Financiën tot betaling van € 907,- aan verzoeker wegens proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/1626

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 april 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] (Duitsland), verzoeker

(gemachtigde: mr. S. el Kaddouri),
en

de minister van Financiën, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Rhebergen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van verweerder van 29 oktober 2024. Verzoeker heeft ook beroep ingesteld tegen het besluit van 29 oktober 2024.
1.1.
Hij heeft het verzoek ingetrokken omdat verweerder op 7 maart 2025 heeft laten weten tegemoet te komen aan het beroep, en hij heeft daarbij de voorzieningenrechter verzocht om over te gaan tot veroordeling van verweerder in de proceskosten.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij zal overgaan tot vergoeding van de proceskosten.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Moet verweerder de proceskosten van verzoeker vergoeden?
4. Verweerder heeft laten weten tegemoet te komen aan het beroep van verzoeker. Verzoeker heeft verzocht om overname van private schulden door SBN op basis van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder heeft het dossier opnieuw beoordeeld en heeft besloten om de schuld van verzoeker bij Kommunalbetriebe Emmerich am Rhein met referentie 10037787/SBN ter hoogte van € 6.358,00 alsnog te vergoeden. Een nieuwe beslissing op het bezwaar zal zo spoedig mogelijk door verweerder worden toegezonden aan verzoeker. Verweerder heeft ingestemd met het verzoek om een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken.
Welke kosten dient verweerder te vergoeden?
De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 907,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die verweerder moet vergoeden € 907,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- kan vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
3.Dat staat in artikel 8:82, zesde lid, van de Awb.