ECLI:NL:RBDHA:2025:6981
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek om proceskostenveroordeling na tegemoetkoming minister in schuldvergoeding
Verzoeker had een voorlopige voorziening ingesteld tegen een besluit van de minister van Financiën van 29 oktober 2024, waarin hij verzocht om overname van private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Na herbeoordeling heeft de minister op 7 maart 2025 laten weten het beroep van verzoeker geheel tegemoet te komen en de schuld van verzoeker bij Kommunalbetriebe Emmerich am Rhein alsnog te vergoeden.
Naar aanleiding van de intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om de minister te veroordelen in de proceskosten. De minister heeft ingestemd met dit verzoek. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen.
De proceskosten zijn vastgesteld op € 907,-, gebaseerd op de door de gemachtigde van verzoeker verrichte proceshandeling (indienen verzoekschrift). Daarnaast is gewezen op de mogelijkheid voor verzoeker om het betaalde griffierecht van € 53,- rechtstreeks bij de minister te claimen.
De uitspraak is gedaan op 22 april 2025 door voorzieningenrechter J.J.P. Bosman en griffier E. van den Nieuwendijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de minister van Financiën tot betaling van € 907,- aan verzoeker wegens proceskosten.