ECLI:NL:RBDHA:2025:6999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning regulier niet verschoonbaar te laat aangevraagd, beroep ongegrond
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid die geldig was tot 14 juni 2022. Zij diende de aanvraag tot verlenging pas op 3 oktober 2022 in, waardoor een verblijfsgat ontstond. Verweerder verleende de vergunning met ingang van de datum van aanvraag en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de te late indiening aan eiseres is toe te rekenen, ondanks haar stelling dat zij in Marokko was om voor haar zieke moeder te zorgen. Deze omstandigheid is niet onderbouwd met bewijsstukken. Verweerder mocht op grond van artikel 7:3 Awb Pro afzien van het horen van eiseres in bezwaar omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank bevestigt dat de verblijfsvergunning terecht is verleend met ingang van de datum van aanvraag en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt toegekend met ingang van de datum van de aanvraag.