ECLI:NL:RBDHA:2025:704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen UWV
Verzoekster diende op 7 april 2024 een aanvraag in voor een beoordeling van haar arbeidsvermogen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Omdat verweerder niet tijdig een besluit nam, stelde verzoekster op 14 juli 2024 het UWV in gebreke en startte zij een beroepsprocedure tegen het niet tijdig beslissen.
Tijdens de zitting van 21 november 2024 was verzoekster niet aanwezig en vertegenwoordigde verweerder zich door een gemachtigde. Op 3 december 2024 trok verzoekster het beroep in, omdat verweerder alsnog een beslissing had genomen op haar aanvraag. Verzoekster verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling tegen verweerder.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep was tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legde een vergoeding van €453,50 op aan verweerder, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 voor de eenvoudige aard van het beroep. Tevens wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van €51,- aan verzoekster te vergoeden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens niet tijdig beslissen.