Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
Leidschendam-Voorburg een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
diersoort, te weten een kat, heeft gedood, te weten door die kat te stompen en/of
met een mes te steken, terwijl er geen sprake was van bedrijfsmatige productie van
dierlijke producten of in, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
aangewezen gevallen.
3.De bewijsbeslissing
,een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoort, te weten een kat, heeft gedood, te weten door die kat met een mes te steken, terwijl er geen sprake was van bedrijfsmatige productie van dierlijke producten of in, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van straf en maatregel
zondermogelijkheid tot kortdurende klinische opname, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en meewerken aan schuldhulpverlening. De raadsvrouw heeft verzocht het door de reclassering geadviseerde locatieverbod en het meewerken aan middelencontrole niet op te leggen.
gemiddeldrecidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte aan hem op te leggen een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een locatieverbod (zonder elektronische monitoring), dagbesteding, meewerken aan schuldhulpverlening en meewerken aan middelencontrole.
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
8(
ACHT)
MAANDEN;
2(
TWEE)
MAANDEN,
niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;