ECLI:NL:RBDHA:2025:708
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WIA-uitkering per 28 oktober 2019. Zij wacht al ruim twee jaar op een beslissing op haar bezwaar en stelt dat zij geen inkomen heeft en geen recht op bijstand vanwege haar woonsituatie. Verzoekster voert ook aan dat haar gezondheidsklachten verslechteren.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij financiële geschillen alleen een voorlopige voorziening wordt getroffen als er onverwijlde spoed is, bijvoorbeeld bij een acute financiële noodsituatie. Uit de ingediende stukken blijkt dat verzoekster tot 27 februari 2024 een voorschot op haar uitkering heeft ontvangen en dat zij samenwoont met medebewoners die een inkomen hebben, waardoor geen acute noodsituatie wordt aangenomen.
Hoewel het probleem van het tekort aan verzekeringsartsen en de lange wachttijd op de bezwaarbeslissing wordt erkend, kan de voorzieningenrechter geen andere voorlopige maatregel treffen dan het verzoek aan verweerder om zo spoedig mogelijk te beslissen. Het verzoek wordt daarom afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.