ECLI:NL:RBDHA:2025:7112

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2025
Publicatiedatum
28 april 2025
Zaaknummer
NL24.44418
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 42 VwArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroeg ingediend bezwaar tegen verlengde beslistermijn asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn asielaanvraag van 18 maart 2023. De minister had de beslistermijn met negen maanden verlengd nadat Nederland op 2 december 2023 verantwoordelijk werd voor de aanvraag. Hierdoor eindigde de beslistermijn op 2 maart 2025.

Eiser had de minister verzocht binnen twee weken te beslissen en vervolgens beroep ingesteld op 28 oktober 2024, wat volgens de rechtbank te vroeg en prematuur was. De rechtbank oordeelde dat de minister de verlenging van de beslistermijn rechtmatig had toegepast.

De rechtbank heeft het beroep niet op zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten. Het beroep voldoet niet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden en wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 28 april 2025. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediend beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.44418

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 18 maart 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk?
2. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen. [2] De minister heeft de beslistermijn met negen maanden verlengd. [3] De beslistermijn vangt aan op het moment dat Nederland verantwoordelijk is geworden voor de aanvraag. [4] Eiser heeft de minister gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. [5] Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld. [6]
3. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft geoordeeld dat de minister de beslistermijn rechtmatig heeft verlengd. [7] Eiser heeft de aanvraag ingediend op 18 maart 2023. Uit de stukken in het dossier blijkt dat Nederland met ingang van 2 december 2023 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. De beslistermijn eindigde in het geval van eiser op 2 maart 2025.
4. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 28 oktober 2024 te vroeg en dus prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de voorwaarden voor een ontvankelijk beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
4.Artikel 42, zesde lid, van de Vw.
5.Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a van de Awb.
6.Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder b van de Awb.