ECLI:NL:RBDHA:2025:7113
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na vrijwillig vertrek asielzoeker
De zaak betreft een verzoek van een asielzoeker om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van proceskosten in verband met een beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken nadat hij vrijwillig met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) naar Turkije is vertrokken. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er procesbelang bestaat voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uit een bericht van 7 maart 2025 blijkt dat verzoeker op 6 maart 2025 een vertrekverklaring heeft ondertekend waarin hij verklaart Nederland vrijwillig te verlaten en instemt met beëindiging van openstaande verblijfsprocedures.
Omdat de asielprocedure is beëindigd, is er geen besluit meer dat niet tijdig genomen kan zijn. Hierdoor ontbreekt het procesbelang en zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard als het niet was ingetrokken.
De rechtbank concludeert dat het verzoek om proceskostenvergoeding niet voldoet aan de voorwaarden en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van procesbelang na vrijwillig vertrek.