ECLI:NL:RBDHA:2025:7173
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over dwangsom bij SIS-signalering
Eiser verzocht op 13 november 2023 om opheffing van zijn signalering in het Schengen Informatiesysteem (SIS). De minister beloofde uiterlijk 8 januari 2024 te beslissen, maar reageerde pas op 5 juni 2024. Eiser stelde de minister in gebreke en stelde beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser een aanvraag is waarop een besluit genomen moest worden. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is echter niet-ontvankelijk omdat de minister uiteindelijk wel een besluit nam. Dit besluit wees het verzoek af omdat eiser niet aan zijn terugkeerverplichting zou hebben voldaan.
Eiser handhaafde zijn beroep omdat de minister geen bestuurlijke dwangsom vaststelde. De rechtbank stelt vast dat de minister meer dan 42 dagen in gebreke is geweest en daardoor een maximale dwangsom van €1.442,- is verbeurd. Het besluit van 5 juni 2024 wordt vernietigd voor zover het de weigering van de dwangsom betreft. De rechtbank stelt de dwangsom vast en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak biedt duidelijkheid over de kwalificatie van het verzoek, de toepasselijkheid van de dwangsomregeling en de gevolgen van het niet tijdig beslissen door het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk; het besluit van 5 juni 2024 wordt vernietigd voor het niet vaststellen van de dwangsom, die wordt vastgesteld op €1.442,-.