Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam],
[naam],
[naam],
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Estland verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat op dezelfde aanvragen reeds eerder beroepen zijn ingediend en behandeld, met een uitspraak op 2 oktober 2024 en een ongegrond verklaard verzet op 17 december 2024. Hierdoor is er feitelijk al een beslissing genomen over dezelfde besluiten.
De rechtbank concludeert dat eisers geen procesbelang meer hebben bij de onderhavige beroepen, omdat het geschil reeds is beslecht. Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.