Verzoekster diende op 11 februari 2025 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 3 december 2022. Vervolgens heeft de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 20 februari 2025 de asielaanvraag ingewilligd. Hierdoor trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog tijdig te beslissen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in zo'n situatie de proceskosten toewijzen aan de verzoeker. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van deze proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 24 april 2025 zonder zitting in de enkelvoudige kamer te Middelburg.