ECLI:NL:RBDHA:2025:7233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.T.H. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen waarschuwing wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstandsuitkering
Eiser ontving vanaf december 2019 een bijstandsuitkering en werd door het college op grond van de Participatiewet een boete opgelegd wegens het niet onverwijld melden van inkomsten uit werkzaamheden bij een bedrijf. Na herziening van de terugvordering werd de boete ingetrokken en vervangen door een waarschuwing. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze waarschuwing niet-ontvankelijk omdat het boetebesluit formele rechtskracht zou hebben.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit een nieuw besluit is en dat eiser in bezwaar het feitelijke en juridische oordeel over de schending van de inlichtingenverplichting volledig kan aanvechten. De niet-ontvankelijkverklaring was onterecht en het besluit wordt vernietigd. De rechtbank beoordeelt inhoudelijk dat eiser de inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet onverwijld te melden dat hij loonvordering had ontvangen na een vonnis, ondanks dat hij dit pas tijdens de bezwaarprocedure heeft gemeld.
Omdat er geen benadelingsbedrag is, was het college bevoegd een waarschuwing te geven. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard, het beroep gegrond, en de rechtbank neemt zelf de beslissing. Het college moet het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar ongegrond en bevestigt de waarschuwing wegens schending van de inlichtingenverplichting.