ECLI:NL:RBDHA:2025:7239
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging tegemoetkomingen meerkosten eigen auto Wmo 2015 wegens ontbreken deugdelijke grondslag
Eiseres en haar twee minderjarige zoons, allen met een zeldzame erfelijke aandoening die hun mobiliteit beperkt, ontvingen op grond van de Wmo 2015 een tegemoetkoming voor meerkosten van het gebruik van de eigen auto. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer verlaagde deze tegemoetkomingen met ingang van 1 april 2025, stellende dat binnen een gezin maximaal 1,5 keer het standaardbedrag mag worden toegekend aan echtgenoten of daarmee gelijkgestelden.
Eiseres voerde aan dat zij en haar zoons niet als echtgenoten of daarmee gelijkgestelden kunnen worden aangemerkt en dat de verlaging daarom onterecht was. De rechtbank stelde vast dat de toepasselijke bepaling in het Wmo besluit Zoetermeer 2025 alleen ziet op echtgenoten of daarmee gelijkgestelden, zoals geregistreerde partners of meerderjarige samenwonenden die een gezamenlijke huishouding voeren, maar niet op minderjarige kinderen.
Daarom ontbrak een deugdelijke grondslag voor de verlaging van de tegemoetkomingen. De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en herroept de primaire besluiten, waardoor de oorspronkelijke tegemoetkomingen herleven. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot verlaging van de tegemoetkomingen en herroept de primaire besluiten, waardoor de oorspronkelijke tegemoetkomingen herleven.