ECLI:NL:RBDHA:2025:7247

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2025
Publicatiedatum
29 april 2025
Zaaknummer
AWB 24 17535
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot verblijf in kader nareis

Eisers hebben beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot verblijf in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend op 29 december 2023. Verweerder heeft bij besluit van 2 januari 2025 de aanvraag alsnog ingewilligd.

Ondanks de inwilliging hebben eisers het beroep gehandhaafd en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is nu het verzoek is ingewilligd en eisers geen procesbelang meer hebben. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten vanwege het niet tijdig beslissen.

Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/17535

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer 1]
[eiseres], eiseres
V-nummer: [V-nummer 2]
(gemachtigde: mr. E. Lietaert Peerbolte),
mede namens hun minderjarige kinderen:
[naam 1], [naam 2], [naam 3]en
[naam 4]
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 4 november 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de door eisers ingediende aanvraag van 29 december 2023 om verlening van een machtiging tot verblijf in het kader van nareis.
Bij besluit van 2 januari 2025 heeft verweerder de aanvraag van eisers ingewilligd.
Eisers hebben het beroep gehandhaafd en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht voor de behandeling van hun beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het door eisers overgelegde formulier hebben zij voldoende aannemelijk gemaakt dat zij voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eisers, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eisers, gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer hebben.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Omdat eisers vanwege het niet tijdig beslissen op de aanvraag terecht beroep hebben ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op
€ 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is, omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 24 april 2025 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.