ECLI:NL:RBDHA:2025:7265
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bouwstop wegens niet NEN-gecertificeerde funderingspalen afgewezen
Eiser kreeg een bouwstop opgelegd omdat hij funderingspalen gebruikte die niet NEN-gecertificeerd waren, terwijl het Bouwbesluit NEN-certificering vereist. Ondanks dat de palen wel over een Kiwa Conformiteitscertificaat en een KOMO Productcertificaat beschikten, oordeelde het college dat deze certificeringen niet gelijkwaardig zijn aan NEN. Eiser moest daarom een proefbelasting laten uitvoeren om de draagkracht aan te tonen.
Eiser stelde dat het college het gelijkheidsbeginsel schond door hem wel een proefbelasting te laten uitvoeren terwijl andere projecten dit niet hoefden. De rechtbank concludeerde dat de meeste vergelijkbare projecten in andere gemeenten liggen en dat de vijf projecten binnen het collegegebied niet vergelijkbaar waren vanwege verschillen in palensoort en belasting.
Ten slotte stelde eiser dat het college hem had moeten waarschuwen voor de verplichting tot proefbelasting. De rechtbank oordeelde dat de eigenaar zelf verantwoordelijk is voor kennisneming van wettelijke eisen en dat het college voldoende had gewezen op het ontbreken van goedkeuring van constructieve gegevens. Het beroep werd ongegrond verklaard en het collegebesluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwstop wegens het gebruik van niet NEN-gecertificeerde funderingspalen wordt ongegrond verklaard.