ECLI:NL:RBDHA:2025:7270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurprijsvermindering en immateriële schadevergoeding wegens lekkages en gebreken in huurwoningen
Drie huurders van woningen in een appartementencomplex klaagden over langdurige lekkages, vochtproblemen en overlast, en vorderden onder meer huurprijsvermindering en vergoeding van immateriële schade van de verhuurder Woonbron.
De huurders stelden dat de verhuurder tekortgeschoten was in haar herstelverplichtingen en dat het huurgenot substantieel was aangetast sinds december 2020. Woonbron betwistte dit en voerde aan dat zij adequaat had gereageerd, onder meer door tijdelijke voorzieningen, vergoeding en huurkorting te bieden, en dat klachten uit 2020 en 2021 niet bekend waren.
De kantonrechter oordeelde dat huurprijsvermindering slechts kan worden toegekend over maximaal zes maanden voorafgaand aan de dagvaarding en dat de huurders onvoldoende hadden aangetoond dat na 21 december 2023 sprake was van substantiële gebreken die het huurgenot aantasten. Ook de gevorderde immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing van gezondheidsklachten en oorzakelijk verband.
De vorderingen werden afgewezen en de huurders werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de huurders voor huurprijsvermindering en immateriële schadevergoeding worden afgewezen.