ECLI:NL:RBDHA:2025:7274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijk bescherming Turkije tegen eerwraak en discriminatie
Eiseres, een Turkse vrouw van Koerdische afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen en mishandeling door haar broer en oom, gedwongen uithuwelijking, discriminatie en deelname aan protesten van de HDP. De minister van Asiel en Migratie wees haar aanvraag af, stellende dat zij geen vluchteling is en geen reëel risico loopt op ernstige schade volgens artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de Turkse autoriteiten in het algemeen bescherming bieden tegen huiselijk geweld en femicide, ondersteund door recente ambtsberichten. Eiseres had niet aannemelijk gemaakt dat het vragen om bescherming in Turkije gevaarlijk of zinloos zou zijn. De rechtbank stelde dat eiseres eerst gebruik had moeten maken van de beschikbare beschermingsmogelijkheden in Turkije.
Verder werd geoordeeld dat vrouwen in Turkije, ook als kwetsbare sociale groep, rechtsmiddelen kunnen aanwenden tegen geweld. Eiseres had onvoldoende onderbouwd dat deze rechtsmiddelen voor haar niet beschikbaar zijn of zinloos zouden zijn. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk effectieve bescherming in Turkije.