ECLI:NL:RBDHA:2025:7284
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij Dublin-verwijzing in asielprocedure
De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 maart 2025 de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Op 28 april 2025 werd het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde. De voorzieningenrechter besloot dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak doet op het beroep.