Eiser, van Syrische nationaliteit, was geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen op grond van een besluit van het COA van 2 maart 2025. Tevens legde de minister een vrijheidsbeperkende maatregel op op dezelfde datum. Eiser voerde beroep aan tegen beide besluiten.
De rechtbank behandelde de beroepen op 25 april 2025 en oordeelde dat het COA op goede gronden en voldoende gemotiveerd had vastgesteld dat eiser meerdere incidenten met grote impact had veroorzaakt, waaronder agressief en bedreigend gedrag op 28 februari 2025, waarbij hij een locatieverbod negeerde, een kind wegduwde, medewerkers bedreigde en een aansteker gooide.
De rechtbank verwierp de stelling van eiser dat het incident anders was verlopen en dat de maatregel onevenredig was. Eerder opgelegde maatregelen en afspraken hadden niet tot gedragsverbetering geleid. Omdat de vrijheidsbeperkende maatregel steunt op het plaatsingsbesluit, werden beide beroepen ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.