ECLI:NL:RBDHA:2025:7312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens onvoldoende bewijs nationaliteit en identiteit
Eiser verzocht om naturalisatie, maar de staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser niet voldeed aan het documentvereiste voor het aantonen van zijn identiteit en nationaliteit, zoals voorgeschreven in de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Handleiding RWN.
Eiser stelde dat hij bewijsnood had omdat hij geen geldig Tsjadisch paspoort kon verkrijgen, maar de rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij al het mogelijke had gedaan om aan de benodigde documenten te komen. De door eiser overgelegde stukken, waaronder een mail van de Tsjadische ambassade, toonden niet aan dat het verkrijgen van een paspoort onmogelijk was.
Daarnaast stelde eiser dat de staatssecretaris op grond van het evenredigheidsbeginsel van het documentvereiste had moeten afwijken, gezien zijn langdurige verblijf en het ontbreken van enige nationaliteit. De rechtbank vond dat de staatssecretaris deze belangen voldoende had meegewogen en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die afwijking rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.