ECLI:NL:RBDHA:2025:7377

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
1 mei 2025
Zaaknummer
NL24.38031
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na ingetrokken beroep asielaanvraag

Verzoeker diende op 12 september 2023 een asielaanvraag in. De minister moest in beginsel uiterlijk op 12 maart 2024 beslissen, maar door een besluit van 27 januari 2023 werd de beslistermijn met negen maanden verlengd tot 14 maart 2024.

Verzoeker stelde op 11 september 2024 een ingebrekestelling op, maar deze was prematuur omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. De minister besloot alsnog op 30 september 2024 positief op de aanvraag, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet ontvankelijk was vanwege de prematuur ingediende ingebrekestelling en wijst daarom het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet ontvankelijk beroep.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.38031
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. B. Snoeij),

en

de Minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn asielaanvraag. Op 30 september 2024 heeft de minister alsnog een inwilligend besluit genomen op de aanvraag.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en heeft hij verzocht om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De minister heeft per bericht van 19 december 2024 aangegeven de proceskosten niet te willen vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 Hieronder legt de rechtbank dat verder uit..
2. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.2
3. Verzoeker heeft op 12 september 2023 zijn asielaanvraag ingediend. De minister had in beginsel uiterlijk op 12 maart 2024 op de aanvraag moeten beslissen.3
1. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 8:75a van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
4. Echter, sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.4 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvraag van verzoeker viel onder het toepassingsbereik van dit besluit. Dat betekent dat de beslistermijn in zijn zaak is negen maanden is verlengd en dat de minister uiterlijk op 14 maart 2024 op de aanvraag moest beslissen. De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij de minister. De ingebrekestelling van 11 september 2024 was dan ook prematuur, zodat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door de minister.5 Er is daarom nimmer sprake is geweest van een ontvankelijk beroep.
5. De rechtbank zal de minister daarom niet veroordelen in de proceskosten van verzoeker.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Khalloufi, griffier.
4 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
5 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 februari 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.