ECLI:NL:RBDHA:2025:7400
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag minderjarige Somalische vluchteling wegens ongeloofwaardige dreiging Al-Shabaab
Eiser, een minderjarige Somalische nationaliteit, vreesde rekrutering en mishandeling door Al-Shabaab en verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij verklaarde twee keer door Al-Shabaab te zijn benaderd en twee dagen vastgehouden te zijn, waarna hij vluchtte. Verweerder achtte zijn identiteit geloofwaardig, maar vond zijn verhaal over de problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig wegens inconsistenties en gebrek aan objectieve bewijsstukken.
De rechtbank behandelde het beroep waarbij eiser stelde dat verweerder onterecht zijn verhaal ongeloofwaardig achtte en onvoldoende rekening hield met zijn leeftijd, analfabetisme en referentiekader. De rechtbank oordeelde dat verweerder wel degelijk met deze factoren rekening had gehouden en dat eiser over de kern van zijn verhaal, de detentie door Al-Shabaab, consistente verklaringen moest geven.
De rechtbank concludeerde dat de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk waren, mede door tegenstrijdigheden over het aantal benaderingen door Al-Shabaab, de omstandigheden van zijn detentie en vrijlating, en de gebeurtenissen daarna. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.