ECLI:NL:RBDHA:2025:7406

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2025
Publicatiedatum
1 mei 2025
Zaaknummer
NL25.12679 en NL25.12682
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende geloofwaardigheid en zorgvuldige besluitvorming

Eisers, Libische nationaliteit, vroegen op 3 april 2023 asiel aan vanwege bedreigingen door milities in Libië, gebaseerd op het werk van eiser bij de inlichtingendienst. De minister wees de aanvragen op 17 maart 2025 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan samenhang in hun verklaringen.

De rechtbank behandelde het beroep op 10 april 2025 zonder aanwezigheid van eisers, die zich hadden afgemeld. De rechtbank bevestigt dat de verklaringen van eisers tegenstrijdig zijn en dat het tijdsverloop van ruim anderhalf jaar geen verschoonbare reden is voor inconsistenties, aangezien het om essentiële gebeurtenissen gaat.

Eisers voerden ook medische beperkingen aan van eiseres als oorzaak voor tegenstrijdigheden, maar de rechtbank oordeelt dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met haar situatie tijdens het langdurige gehoor. De besluitvorming is zorgvuldig en de beroepen zijn ongegrond verklaard.

Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.12679 en NL25.12682

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer 1] ,
en

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer 2] ,
mede namens hun minderjarige kinderen
[kind 1]en
[kind 2] ,
(gemachtigde: mr. O.C. Bondam),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovàcs).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen. Eisers hebben op 3 april 2023 aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met de bestreden besluiten van 17 maart 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft de beroepen op 10 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eisers en hun gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
2. Eiser is geboren op [datum 1] 1993. Eiseres is geboren op [datum 2] 1993. Beiden hebben de Libische nationaliteit. Zij hebben op 3 april 2023 een asielaanvraag ingediend. Deze asielaanvraag betreft mede hun nadien (in Nederland) geboren kinderen. Eisers leggen aan hun asielaanvragen ten grondslag dat eiser, vanwege zijn werk bij de inlichtingendienst (in het bijzonder de afdelingen ‘Buitenlandse veiligheid’ en ‘Trainingen’) in Libië, werd bedreigd door milities. De inlichtingendienst werd overgenomen door de militie Al Nawasi. Na gevechten nam de militie genaamd de Presidentiële Garde de inlichtingendienst over. Tijdens die gevechten drong Al Nawasi er bij eiser op aan de inlichtingendienst te verdedigen. Al Nawasi benaderde eiser thuis met de vraag om zich aan te sluiten en zij bedreigden hem bij weigering. Ook is ingebroken in het huis van eisers, waarbij eiser vermoedt dat dit een vergeldingsactie was van Al Nawasi. Toen eiser weer naar zijn werk ging, op het moment dat de Presidentiële Garde de macht had, constateerde hij dat zijn naam niet meer in de systemen voorkwam. Zijn werkpas kreeg hij niet terug. In combinatie met de dreigementen, besloten eisers toen te vertrekken uit Libië. Bij terugkeer naar Libië vrezen zij te worden mishandeld, bedreigd en gedood.
De bestreden besluiten
3. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers vindt verweerder geloofwaardig. De problemen met milities vindt verweerder niet geloofwaardig. Eisers hebben geen objectieve documenten overgelegd, zodat verweerder de verklaringen beoordeelt op geloofwaardigheid. Verweerder overweegt dat de verklaringen van eisers geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, waarmee niet wordt voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. [1] Daarbij overweegt verweerder dat de verklaringen van eiser en eiseres tegenstrijdig zijn. Zo verklaart eiser dat de problemen voortkwamen doordat militie Al Nawasi wilde dat eiser zich bij hen aansloot, terwijl eiseres verklaart dat zij informatie wilden van eiser. Ook verklaren zij wisselend over de periode waarin de bedreigingen en de inbraak plaatsvonden. Verder is eisers verklaring over het dreigende karakter van eisers contact met de Presidentiële Garde onduidelijk. Dat eiser zijn werkpas niet terugkreeg, toont dit dreigende karakter niet aan.
4. Verweerder concludeert dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben. Ook is er geen reëel risico op ernstige schade. Om die reden wijst verweerder de asielaanvragen af. Voorts is er geen grond om eisers reguliere verblijfsvergunningen toe te kennen. De bestreden besluiten omvatten tevens een terugkeerbesluit, op grond waarvan eisers Nederland binnen vier weken moeten verlaten en moeten terugkeren naar Libië.

De beroepsgronden

5. Eisers stellen zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het tijdsverloop van de asielprocedure. Eisers moesten verklaren over gebeurtenissen die lang geleden hebben plaatsgevonden en herinneringen vervagen. Daarnaast stelt eiseres dat de tegengeworpen tegenstrijdigheden, vaagheden en omissies, mede hun oorzaak vinden in haar medische beperkingen. Daarbij verwijst eiseres naar het rapport van MediFirst, waaruit blijkt dat zij pijnklachten heeft bij langdurig zitten. Ook was zij aan het vasten vanwege Ramadan, gaf zij borstvoeding en was zij moe. Haar dochter was tijdens het gehoor onrustig en dat werkte afleidend. Verweerder heeft hiermee onvoldoende rekening gehouden.
Is de besluitvorming zorgvuldig geweest?
6. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de verklaringen van eisers tegenstrijdig zijn. De verklaring van eisers dat het gaat om gebeurtenissen die lang geleden hebben plaatsgevonden, is geen verschoonbare reden. Het gaat om gebeurtenissen die in 2022 hebben plaatsgevonden, waarover eisers ruim anderhalf jaar later zijn gehoord. Bovendien gaat het om essentiële gebeurtenissen, welke gebeurtenissen de directe aanleiding zijn voor eisers om asiel aan te vragen. Voor zulke belangrijke gebeurtenissen is het tijdsverloop niet dusdanig lang. Verweerder mag dan ook van eisers verwachten dat zij daarover goed kunnen verklaren. Eisers hebben ook niet toegelicht over welke onderwerpen zij door het tijdsverloop niet goed hebben kunnen verklaren en welke tegenstrijdigheden verweerder niet had mogen tegenwerpen als gevolg van het tijdsverloop. Verweerder heeft mogen verwachten dat eisers consistente verklaringen afleggen.
7. Wat betreft de beperkingen van eiseres is niet gebleken dat verweerder daarmee tijdens het gehoor onvoldoende rekening heeft gehouden. Uit het advies van MediFirst volgt niet dat eiseres niet of beperkt kan verklaren, maar slechts dat zij regelmatig even moet staan of lopen. Eiseres heeft voldoende gelegenheid gekregen voor pauzes: eiseres was zes uur lang aanwezig voor het gehoor, waarvan zij drie uur pauze heeft gehad. Ook heeft de gehoormedewerker meermaals gevraagd aan eiseres hoe het met haar gaat. De aanwezigheid van de dochter van eiseres maakt concentreren lastiger, zo heeft ook verweerder erkend, maar verweerder stelt ook terecht dat dit de tegenstrijdigheden niet verschoonbaar maakt. Daarbij verwijst verweerder terecht naar het referentiekader en opleidingsniveau van eiseres.
8. De bestreden besluiten zijn zorgvuldig tot stand gekomen. Eisers beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 29 april 2025 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.