ECLI:NL:RBDHA:2025:7443

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2025
Publicatiedatum
1 mei 2025
Zaaknummer
AWB 25/6688
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf

Eiseres heeft op 10 februari 2025 een eerste beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 21 maart 2025 diende zij een tweede beroep in tegen hetzelfde niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft op 29 april 2025 reeds uitspraak gedaan op het eerste beroep.

De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er procesbelang bestaat bij het tweede beroep. Gezien de eerdere beslissing op het eerste beroep en het feit dat beide beroepen hetzelfde doel dienen, oordeelt de rechtbank dat er geen procesbelang is bij het tweede beroep. Tevens zijn er geen nieuwe feiten, omstandigheden of relevante wetswijzigingen aangevoerd.

Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 1 mei 2025 door rechter A.G.D. Overmars.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/6688

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2025 in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 15 maart 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf.
2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres heeft op 10 februari 2025 een eerste beroep (NL25.6327) tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Op 21 maart 2025 is nogmaals een beroep (AWB 25/6688) tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag ingediend. Bij uitspraak van 29 april 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak gedaan in het beroep van 10 februari 2025 (NL25.6237).
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiseres procesbelang heeft bij een beoordeling van haar tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank en zittingsplaats immers al beslist op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eiseres. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, heeft eiseres geen belang bij haar tweede beroep.
5. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eiseres geen nieuwe feiten en omstandigheden, dan wel een relevante wijziging van recht aan dit beroep ten grondslag heeft gelegd.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).