ECLI:NL:RBDHA:2025:7445

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2025
Publicatiedatum
1 mei 2025
Zaaknummer
AWB 24/12505
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbVreemdelingenwet 2000Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen beëindiging Rva-verstrekkingen

Verzoeker had beroep ingesteld tegen de beëindiging van de Rva-verstrekkingen per 8 augustus 2024 en daarbij een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter bepaalde op 7 augustus 2024 dat de beëindiging van de verstrekkingen werd opgeschort totdat op het bezwaar van verzoeker tegen de ambtshalve afwijzing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 was beslist.

Naar aanleiding van deze uitspraak trok verzoeker het beroep in en verzocht het COA te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank overwoog dat hoewel verzoeker materieel het beoogde doel had bereikt, dit niet het gevolg was van een handeling of besluit van het COA. Daarom kon niet worden gesproken van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb.

De rechtbank concludeerde dat het verzoek om proceskostenvergoeding niet toewijsbaar was en wees het verzoek af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om het COA te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen omdat het COA niet aan verzoeker is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/12505

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2025 in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.H.A. Kessels),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COA.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om het COA te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Onder welke voorwaarden kan een verzoek tot vergoeding van de proceskosten worden ingediend?
2. Verzoeker heeft zijn beroep tegen de beëindiging van de Rva-verstrekkingen [2] per 8 augustus 2024, ingetrokken omdat de voorzieningenrechter in de uitspaak van 7 augustus 2024 aan het verzoek van verzoeker tegemoet is gekomen. Verzoeker heeft daarbij gevraagd om het COA te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
2.1.
Er bestaat een recht op vergoeding van de proceskosten als het COA geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet is gekomen. [3]
Is er sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen?
3. Verzoeker heeft met het beroep en de daarbij behorende voorlopige voorziening het doel gehad zijn recht op de Rva-verstrekking te behouden hangende het ingediende bezwaar bij de IND tegen de ambtshalve afwijzing van de toepassing van artikel 64 van Pro de Vw. [4] De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak 7 augustus 2024 bepaald dat de beëindiging van de Rva-verstrekkingen achterwege blijft tot vier weken nadat door de minister op het bezwaar van verzoeker tegen de ambtshalve afwijzing van de toepassing van artikel 64 van Pro de Vw is beslist.
4. De uitspraak van de voorzieningenrechter is voor verzoeker aanleiding geweest om het beroep in te trekken en daarbij te verzoeken om het COA te veroordelen in de proceskosten, nu aan hem tegemoet is gekomen. Echter, hoewel verzoeker op dit moment met het indienen van (het beroep en) het verzoek om een voorlopige voorziening materieel het doel heeft bereikt dat hij beoogde, is het niet het COA geweest dat tegemoet is gekomen aan verzoeker. Omdat verzoeker het doel niet heeft bereikt als gevolg van een handeling of besluit van het COA, kan niet worden gesproken van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek om een proceskostenveroordeling zal dan ook worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek om het COA te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.
3.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.Vreemdelingenwet 2000.