De zaak betreft de verdeling van de nalatenschap van een overleden erflaatster, waarbij twee erfgenamen, de kinderen van de erflaatster, het niet eens zijn over de toerekening van een bedrag van €15.000 dat voor het overlijden is overgemaakt aan een van hen.
De erflaatster ontving een voorschot van €30.000 op haar erfdeel van een andere nalatenschap, dat zij direct overmaakte aan een van de erfgenamen. Deze erfgenaam betaalde vervolgens €15.000 terug, maar stelde dat het oorspronkelijke bedrag een schenking betrof. De andere erfgenaam stelde dat het resterende bedrag onverschuldigd was betaald en derhalve tot de nalatenschap behoorde.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van onverschuldigde betaling, mede gelet op een e-mail waarin de erfgenaam aangaf het bedrag slechts tijdelijk te hebben ontvangen en zou terugstorten. De nalatenschap heeft daardoor een vordering op de erfgenaam van €15.000, die moet worden verdeeld.
Daarnaast werd het resterende saldo op de ervenrekening, een belastingteruggave en sierraden verdeeld, waarbij overbedelingen werden vastgesteld en verrekend. De erfgenaam die het bedrag ontving, moet aan de andere erfgenaam een bedrag van €16.115,32 betalen wegens overbedeling.
De rechtbank wees de vordering tot wettelijke rente af en compenseerde de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.