ECLI:NL:RBDHA:2025:7477
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging opvangvoorzieningen niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen in de verlengde asielprocedure. Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zijn opvangvoorzieningen zouden worden beëindigd voordat op het beroep was beslist.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker wel de gronden van het verzoek om voorlopige voorziening tijdig had overgelegd, maar geen bezwaarschrift tegen de beëindiging van de opvangvoorzieningen had ingediend. Omdat een voorlopige voorziening alleen kan worden verzocht zolang bezwaar of beroep tegen het besluit aanhangig is, en het beroep niet gericht was tegen de beëindiging van de opvangvoorzieningen, werd het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk te verklaren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van opvangvoorzieningen is niet-ontvankelijk verklaard.