ECLI:NL:RBDHA:2025:7594
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening verblijfsvergunning
De minister van Asiel en Migratie heeft op 16 januari 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting.
Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
De uitspraak is gepubliceerd met gepseudonimiseerde gegevens en geregistreerd onder zaaknummer NL25.2398.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.