ECLI:NL:RBDHA:2025:7596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en schadevergoeding op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiseres werd op 18 april 2025 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 25 april 2025 opgeheven. De rechtbank behandelde het beroep op 30 april 2025.
Eiseres stelde dat de omzetting van de maatregel niet binnen de vereiste termijn van 48 uur had plaatsgevonden, omdat zij haar asielwens al op 23 april 2025 had geuit. De rechtbank oordeelde echter dat uit de proces-verbalen en het gehoor voorafgaand aan de maatregel niet bleek dat eiseres eerder een asielwens had geuit. Bovendien volgt uit vaste jurisprudentie dat de termijn voor omzetting twee dagen bedraagt en niet strikt 48 uur.
De rechtbank voerde tevens een ambtshalve toetsing uit van de rechtmatigheid van de maatregel, inclusief de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden, en vond geen aanwijzingen voor onrechtmatigheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.