Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep terecht is ingediend na een geldige ingebrekestelling.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de minister de prikkel zou ontnemen om voortvarend te beslissen. De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van de beslistermijn, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Yalcinkaya en is openbaar bekendgemaakt op 16 april 2025.