Partijen zijn in 2009 een geregistreerd partnerschap aangegaan en hebben drie minderjarige kinderen. Na ontbinding van het partnerschap is in een beschikking van 1 augustus 2004 onder meer bepaald dat de vrouw vier maanden krijgt om aan te tonen dat zij de woning kan financieren en de man uit hoofdelijke aansprakelijkheid kan ontslaan. De vrouw heeft binnen deze termijn een bindend hypotheekaanbod verkregen, maar de man betwistte de financierbaarheid en weigerde medewerking.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de vrouw voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de woning kan financieren, mede doordat zij door omstandigheden buiten haar schuld later dan vier maanden een definitief bindend aanbod ontving. De man heeft geen gegronde reden om de financiering te betwisten en heeft onvoldoende medewerking verleend.
De voorzieningenrechter wijst de vordering van de man af en veroordeelt hem in reconventie tot onvoorwaardelijke medewerking aan de verdeling en levering van de woning aan de vrouw. Tevens moet de man binnen drie dagen afschriften van zijn bank- en spaarrekeningen verstrekken. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.