ECLI:NL:RBDHA:2025:763
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring en schadevergoeding vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 18 juni 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De minister hief de maatregel op 14 november 2024.
De rechtbank heeft het beroep op 17 januari 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of schadevergoeding toegekend moest worden.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld, onder meer door twee rappelleringen op de laissez-passer-aanvraag en het voeren van een vertrekgesprek. Ook was er zicht op uitzetting naar Algerije, conform eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast zag de rechtbank geen aanleiding om een lichter middel dan bewaring toe te passen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.