ECLI:NL:RBDHA:2025:7688
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsontnemende maatregel en overdracht Dublinclaimant
Eiseres, een Eswatinische Dublinclaimant, is op 30 maart 2025 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd omdat verweerder een significant risico op onderduiken vaststelde. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit risico voldoende heeft gemotiveerd aan de hand van zware en lichte gronden, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats.
Eiseres betwistte de maatregel en stelde dat het Justitieel Complex Schiphol (JCS) ongeschikt is voor vreemdelingendetentie en dat de maatregel onevenredig bezwarend is vanwege haar persoonlijke omstandigheden en medische toestand. De rechtbank volgt echter de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die het JCS als geschikt beschouwt en oordeelt dat de medische voorzieningen toereikend zijn.
Verder stelde eiseres dat verweerder onvoldoende voortvarend zou handelen omdat al een claimakkoord met Frankrijk was bereikt. De rechtbank vindt dat verweerder terecht wacht op de definitieve asielbeslissing en beveelt ambtshalve overweging om de overdrachtprocedure mogelijk eerder te starten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Kos en griffier M.J. Schelhaas op 18 april 2025 te Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.