Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 9 april 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling nam. De grond hiervoor was dat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Bij een gelijktijdige uitspraak in een gerelateerde zaak werd het beroep ongegrond verklaard, wat aanleiding gaf om ook het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.