Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Iraanse nationaliteit, diende op 30 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, hetgeen door Kroatië is geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij in Kroatië negatieve ervaringen had, psychische problemen ondervond en dat het besluit in strijd was met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat Kroatië verantwoordelijk is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt.
De rechtbank stelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Kroatië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met het EVRM of het Handvest. Ook zijn psychische klachten zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen in Kroatië behandeld worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.