Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 14 augustus 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting en het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen. De minister heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de minister op uiterlijk 30 januari 2027 alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een bestuurlijke dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd, waarvan de reeds verbeurde dwangsom is vastgesteld op €1.442. De minister wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van €453,50.