ECLI:NL:RBDHA:2025:7883
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onjuist is toegepast en verwijst naar artikel 3 EVRM Pro, artikel 4 Handvest Pro en het AIDA-rapport 2023. Tevens stelt hij dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar zijn medische en psychische kwetsbaarheden, wat toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro zou rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het Spaanse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen vertoont dat een overdracht in strijd zou zijn met genoemde mensenrechtenbepalingen. De hoogste bestuursrechter bevestigde dit standpunt recentelijk. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is en wijst het af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.