ECLI:NL:RBDHA:2025:7908
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijf in Nederland tijdens beroep tegen uitzettingsbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 ingediend, welke door de minister is afgewezen. Hiertegen is bezwaar en beroep ingesteld. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om in Nederland te mogen verblijven gedurende de behandeling van het beroep.
De minister handhaafde het besluit en wees op eerdere terugkeerbesluiten, meerdere vertrekgesprekken en eerdere afwijzingen. Tevens stelde de minister dat er een risico is dat terugkeer wordt gefrustreerd. Verzoeker werd op 22 april 2025 onder een vrijheidsbeperkende maatregel geplaatst, met verblijf in een VBL in Ter Apel vanaf 8 mei 2025.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van verzoeker niet zwaarder wegen dan die van de minister. De medische informatie en de spanningen door de vrijheidsbeperking waren onvoldoende voor toewijzing. De behandeling van het beroep is gepland op 27 mei 2025 en er is geen uitzettingsdatum bekend. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om verblijf in Nederland af te wachten is afgewezen.