ECLI:NL:RBDHA:2025:7952
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en afwijzing wijzigingsaanvraag
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid bij haar ex-partner. Na beëindiging van het huwelijk in juni 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken en haar aanvraag voor wijziging van het verblijfsdoel afgewezen.
Eiseres voerde aan dat zij slachtoffer is van huiselijk geweld, mishandeling en verkrachting door haar ex-partner en dat haar paspoort was ingenomen, waardoor zij geen geldig document voor grensoverschrijding kon overleggen. Zij verwees naar diverse rapportages en aangiften. De rechtbank oordeelde echter dat de overgelegde stukken onvoldoende objectief bewijs bevatten dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen geldig reisdocument kan verkrijgen.
De rechtbank stelde vast dat de belangen van de staat zwaarder wegen dan die van eiseres, mede omdat er geen familie- of gezinsleven meer bestaat met de ex-partner en geen binding met Nederland is aangetoond. De hoorplicht is niet geschonden omdat het bezwaar geen kans van slagen had zonder aanvullend bewijs. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenveroordeling af. Eiseres kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en de afwijzing van de wijzigingsaanvraag wordt ongegrond verklaard.