ECLI:NL:RBDHA:2025:7972
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening kinderbijslag niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de wijziging van de aanvrager van de kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2024. De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van €53,- niet binnen de gestelde termijn is betaald. De griffier had verzoekster per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, maar deze brief is retour gekomen. Vervolgens is de nota per gewone post verzonden, maar betaling bleef uit.
Verzoekster heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. Op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro verklaart de voorzieningenrechter het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het verzoek niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. D.R. van der Meer op 9 mei 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De beslissing bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet en heeft een voorlopig karakter.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.