Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de Minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft het beroep behandeld van een Colombiaanse asielzoeker die zich beroept op zijn homoseksualiteit, hiv-besmetting en Afro-Colombiaanse afkomst als grond voor bescherming. De minister had zijn asielaanvraag afgewezen en een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken.
De rechtbank oordeelt dat de identiteit, nationaliteit en geaardheid geloofwaardig zijn, maar dat de verklaringen over de problemen met de FARC vaag, summier en tegenstrijdig zijn. De minister heeft terecht geconcludeerd dat niet aannemelijk is dat de asielzoeker een gegronde vrees voor vervolging heeft, mede omdat homoseksualiteit in Colombia niet strafbaar is en de overheid de rechten van lhbtiq’ers waarborgt.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de asielzoeker een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank stelt dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de verklaringen en dat de vrees voor vervolging onvoldoende is onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen met oplegging van een terugkeerbesluit.