Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], V-nummer: [V-nummer],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zitting hebben
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
nieuwterugkeerbesluit moeten nemen. De rechtbank is bekend met de Afdelingsjurisprudentie waaruit volgt dat met een “aanvullend terugkeerbesluit” zou kunnen worden volstaan. Het Hof heeft echter in haar arrest van 14 mei 2020 in de zaak FMS overwogen dat “de bevoegde nationale autoriteit, door het in een eerder terugkeerbesluit vermelde land van bestemming te wijzigen, een zo essentieel punt van dit terugkeerbesluit wijzigt dat deze autoriteit geacht moet worden een nieuw terugkeerbesluit in de zin van artikel 3, punt 4, van richtlijn 2008/115 te hebben vastgesteld” (arrest van het Hof van 14 mei 2020, FMS e.a., C-924/19 PPU en C- 925/19 PPU, ECLI:EU:C:2020:367, punt 116).)
non-refoulement en de verplichtingen die verweerder heeft om dit beginsel te eerbiedigen. De rechtbank stelt dan ook vast dat voor zover het terugkeerbesluit ziet op Tunesië dit terugkeerbesluit moet worden vernietigd.
€ 5.000,- omdat de bewaring hem bijzonder zwaar valt. De rechtbank zal eiser in aanmerking brengen voor 150% van de standaardmatig toegekende schadevergoeding omdat eiser heeft uitgelegd waarom hij het ondergaan van de detentie als zwaar heeft ervaren en tegelijkertijd niet heeft onderbouwd waar het bedrag van € 5.000,- op is gebaseerd.
Tegen deze uitspraak voor zover die ziet op het terugkeerbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.