Verzoeker heeft op 19 februari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure heeft verweerder op 29 april 2025 alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten als het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep. Nu verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en het beroep mede daardoor is ingetrokken, is verweerder aan het beroep tegemoetgekomen.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Gezien de aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig beslissen, wordt een lichte wegingsfactor toegepast. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.