ECLI:NL:RBDHA:2025:8047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Cyprus
Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 7 februari 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 28 februari 2025 niet-ontvankelijk, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Cyprus, waar hij sinds 29 juni 2023 subsidiaire bescherming heeft.
Eiser voerde aan dat hij in Cyprus niet effectief beschermd wordt vanwege willekeurig geweld, racisme en materiële deprivatie, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onterecht werd toegepast. Hij stelde dat hij niet veilig kon klagen bij de autoriteiten en dat terugkeer tot ernstige problemen zou leiden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat Cyprus verplicht is statushouders gelijke rechten te bieden en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om dit te weerleggen. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn rechten in Cyprus te effectueren en dat de klachten niet overtuigend waren. Het bevel tot onmiddellijke terugkeer naar Cyprus is in lijn met de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.