ECLI:NL:RBDHA:2025:8050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-tijdig ingediend bezwaar tegen terugvordering bijstand
Eiseres maakte bezwaar tegen een terugvordering van €2.470,- door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, omdat zij geen recht zou hebben op bijstand. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor het indienen van bezwaar.
Eiseres voerde aan dat zij door huiselijk geweld en het verbergen van post door haar ex-partner niet tijdig op de hoogte was van het besluit. Zij kwam pas op 13 januari 2022 van de terugvordering te weten en diende het bezwaar pas in maart 2024 in. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat het bezwaar niet zo spoedig mogelijk na het bekend worden van het besluit was ingediend.
De rechtbank wees erop dat het niet de taak van de Sociale Dienst was om eiseres te adviseren bezwaar te maken en dat zij bij onvoldoende taalvaardigheid hulp had moeten zoeken. Ook een eerder e-mailbericht kon niet als tijdig bezwaar worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiseres geen gelijk kreeg, geen griffierecht terugontving en geen proceskostenvergoeding kreeg. De uitspraak werd gedaan door rechter T.A. Oudenaarden op 13 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het bezwaar zonder verschoonbare reden.