ECLI:NL:RBDHA:2025:806

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2025
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
NL24.18882
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang na beslissing asielaanvraag

Eiser heeft op 30 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure heeft verweerder op 10 oktober 2024 alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag ingewilligd. Eiser reageerde niet op verzoeken van de rechtbank om nadere informatie te verstrekken.

De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend indien het bestuursorgaan in gebreke is gebleven. Echter, nu de aanvraag alsnog is toegekend, is het procesbelang van eiser komen te vervallen. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50, omdat verweerder het beroep feitelijk heeft gehonoreerd door alsnog tijdig te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 21 januari 2025 en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na inwilliging van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18882

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers)
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 30 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
Eiser heeft niet gereageerd op het bericht van de rechtbank van 28 oktober 2024. Op 11 november 2024 heeft de rechtbank daarom een rappelbericht verzonden met het verzoek om alsnog binnen vijf werkdagen een reactie kenbaar te maken. Ook op dat bericht heeft eiser niet gereageerd.
De rechtbank doet op grond van 8:54, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. In artikel 6:20, vijfde lid, van de Awb is bepaald dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog gegrond kan worden verklaard, indien de indiener van het beroepschrift daarbij belang heeft. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat eiser nog belang heeft bij een beoordeling van het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag, aangezien hangende de beroepsprocedure alsnog een beslissing op die aanvraag is genomen. Het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit is daarom kennelijk niet-ontvankelijk wegens het vervallen van het procesbelang.
3. Eiser heeft vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag beroep kunnen instellen bij de rechtbank. Gelet op de van toepassing zijnde WBV 2023/3 had verweerder namelijk uiterlijk op 2 april 2024 een besluit moeten nemen op eisers asielaanvraag. Eiser heeft verweerder op 5 april 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Op 30 april 2024 is het beroep wegens niet-tijdig beslissen ingediend. Nu verweerder niet binnen de hiervoor gestelde termijn op de aanvraag van eiser heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van eiser tegemoetgekomen. Er is dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 (bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan op 21 januari 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.